Whyte Opinion – L’Echo February 2012

echo-feb-fr-img

Di Rupo’s potential

Joris Bulteel, Partner at Whyte Corporate Affairs – February 2012

Prime Minister Di Rupo and the government that bears his name have started out under an unlucky star. The difficulties experienced in forming the government have left a sour aftertaste, and then there are the unpopular budgetary measures. In Flanders, there is a strong contrary wind from an opposition that … is in the majority. And even within the government, the Flemish deputy prime ministers Steven Vanackere and Johan Vande Lanotte have already made it clear that Di Rupo must play his role of prime minister to the full. ‘I am not a Flemish surrogate prime minister. I am not the spokesman of this government in Flanders. That’s prime minister Elio Di Rupo. That role cannot be delegated’ says Vanackere. Vande Lanotte, too, was quick to admit that the prime minister still needs to work on his communication. In response the prime minister’s fellow party members defend Di Rupo’s ‘media discretion’.

Wolves in large numbers are joining the chorus, howling that Di Rupo faces an extremely difficult task. Far less attention is being paid to the enormous potential of the man to develop into a successful and popular prime minister over the course of this year. And by extension: the pessimistic Belgians clearly see the risks, but not the huge opportunities opening up to this country over the coming months and years. Why isn’t anyone asking whether (and how) Di Rupo’s Belgium will become a hit? There are now five reasons for cautious optimism.

Di Rupo’s start as the underdog is, in any case, the best thing that could have happened to him. It will be far easier to produce a positive surprise. Jean-Luc Dehaene started out as prime minister in 1992 under similar circumstances. No-one thought his government would stay the course. Ultimately it became one of the most decisive governments of the post-war period. The same applies to this small country of ours: no-one expects anything of Belgium, until we take them by surprise.

Of course, this position as an underdog is no guarantee of success. Timing and speed, now more than ever, are crucial. By storing up bad news and releasing it bit by bit, you just harm your own interests. If the prime minister and his government succeed in implementing all the ‘difficult measures’ swiftly and explaining them properly, they will be forgotten (or at least digested) more quickly than we can imagine today. This does not mean to say the Di Rupo, like the French president Sarkozy, needs to adopt a hyperkinetic, over-mediatised style. He must however, as ‘primus inter pares’, make sure that the government communicates in a coordinated, proactive manner. If the government radiates decisiveness and teamwork, then Di Rupo will reap the rewards.

Thirdly there is the personality of Di Rupo: a dose of self-awareness in the grey mass. What’s more, indirectly rather than directly, Di Rupo spreads respect for himself and for others. While established powers such as politicians, the Church and the bank have lost a great deal of trust, self-respect is the best basis on which to regain the respect of others. Self-awareness and self-respect constitute the very opposite of the current all-pervading doubt. Provided they are in the right quantities, they have the rare ability to arouse sympathy and enthusiasm. In a country hewn out of scepticism, these are qualities that count.

Di Rupo is regularly described as ‘the Belgian version of the American dream’. Even more than that, Di Rupo is an exponent of the qualities of this country that are most appreciated abroad: a little bit different, wayward, a touch surrealistic, eclectic, unconventional, but always with a sense of style. Of course, his new status as prime minister requires some adjustment and a little more ‘statesmanship’, but Di Rupo would do best to retain his individuality. That is his strength. There will always be criticism. The prime minister would do better to think ‘so what?’ from time to time, rather than becoming a little grey mouse. Because as is often the case, its own people are the last to discover these qualities that are typical of our country. Many foreigners consider Belgium sexy, but we are not (yet) ready to realise that.

The fifth and final piece of good luck is Di Rupo’s track record when it comes to communication. Does anyone still recognise the Parti Socialiste of former days in today’s PS? Di Rupo has the chance and the duty to do with Belgium what Patrick Janssens did with the city of Antwerp, for instance: make a clean sweep and start a U-turn in communication. Every aspect has to be covered in a comprehensive communication strategy – from calm, clear press communication in difficult circumstances to a new packaging for product Belgium. Belgium needs to start selling itself again, and that is not as impossible as is often thought.

But aren’t we forgetting, when it comes to Flemish public opinion, to mention the prime minister’s poor command of Dutch? Di Rupo’s Dutch leaves room for improvement. But paradoxically, it is best when he speaks spontaneously. And those will be the times when Di Rupo will be judged – or can score points.

So there are five reasons for (cautious) optimism. Five reasons why this country is really not so far from a crossover point: from a fin-de-régime atmosphere to an embryonic form of renaissance. The prime minister must be sure to draw on that.

Joris Bulteel
Partner Whyte Corporate Affairs

Het potentieel van Di Rupo

Joris Bulteel, Partner bij Whyte Corporate Affairs – Februari 2012

Premier Di Rupo en de naar hem genoemde regering zijn onder een slecht gesternte begonnen. Er is de wrange nasmaak van de moeizame regeringsvorming en er zijn de onpopulaire budgettaire maatregelen. In Vlaanderen is er de forse tegenwind van een oppositie die… in de meerderheid is. En zelfs binnen zijn eigen regering, hebben de Vlaamse vice-premiers Steven Vanackere en Johan Vande Lanotte al duidelijk gemaakt dat Di Rupo zijn rol als premier voluit moet spelen. ‘Ik ben geen Vlaamse surrogaatpremier. Ik ben niet de spreekbuis van deze regering in Vlaanderen. Dat is premier Elio Di Rupo. Die rol is niet delegeerbaar’, Aldus Vanackere. Ook Vande Lanotte gaf al grif toe dat de premier nog aan zijn communicatie moet werken. De partijgenoten van de premier verdedigden daarop de ‘mediadiscretie’ van Di Rupo.

Talrijk zijn de wolven die meehuilen dat Di Rupo voor een aartsmoeilijke opdracht staat. Veel minder aandacht is er voor het geweldige potentieel dat de man heeft om in de loop van dit jaar tot een succesvol én populair premier uit te groeien. En bij uitbreiding: de zwartgallige Belgen zien wel de risico’s, maar niet de geweldige opportuniteiten, die ons land de komende maanden en jaren heeft. Waarom stelt niemand zich de vraag of (en hoe) het België van Di Rupo een succesnummer zal worden? Er zijn alvast vijf redenen voor voorzichtig optimisme .

De start van Di Rupo als ‘underdog’ is in ieder geval het beste dat de man kon overkomen. Het zal veel gemakkelijker zijn om positief te verrassen. Jean-Luc Dehaene ging in 1992 in gelijkaardige omstandigheden van start als premier. Niemand die dacht dat zijn regering de rit zou uitdoen. Het werd uiteindelijk een van de meest daadkrachtige naoorlogse regeringen. Hetzelfde geldt voor ons kleine land: niemand die iets van België verwacht, tot we onverhoeds uitpakken.

Natuurlijk is zulke underdogpositie nog geen garantie voor succes. Timing en snelheid zijn, meer dan ooit, cruciaal. Door slecht nieuws op te sparen en salamigewijs vrij te geven, snijdt men in het eigen vlees. Als de premier en zijn regering erin slagen om alle ‘moeilijke maatregelen’ gezwind door te voeren en goed uit te leggen, zullen deze sneller vergeten (of minstens verteerd) zijn dan we ons vandaag kunnen inbeelden. Dit betekent niet dat Di Rupo, in de stijl van de Franse president Sarkozy, een hyperkinetische, overgemediatiseerde stijl moet aannemen. Wel moet hij, als ‘primus inter pares’, ervoor zorgen dat de regering op een gecoördineerde, proactieve manier communiceert.

Als de regering daadkracht en teamwork uitstraalt, zal Di Rupo daar de vruchten van plukken.
Ten derde is er de persoonlijkheid van Di Rupo: een dosis zelfbewustzijn in de grijze massa. Bovendien propageert Di Rupo , eerder indirect dan direct, het respect voor zichzelf en de andere. Terwijl gevestigde machten als politici, de kerk en de banken veel vertrouwen verloren hebben, is zelfrespect de beste basis om het respect van anderen terug te winnen. Zelfbewustzijn en -respect vormen een antipode voor de alom tegenwoordige twijfel. Mits goed gedoseerd, beschikken ze over het zeldzame vermogen om sympathie en enthousiasme op te wekken. In een land dat gehouwen is uit skepcis, zijn dat kwaliteiten die tellen.

Di Rupo wordt regelmatig omschreven als ‘de Belgische versie van de Amerikaanse droom’. Nog meer dan dat, is Di Rupo een exponent van de kwaliteiten van ons land die in het buitenland het best gesmaakt worden: een beetje anders, eigenzinnig, een tikkeltje surrealistisch, eclectisch, onconventioneel, maar steeds met zin voor stijl. Natuurlijk vraagt de nieuwe status van ‘premier’ om een beetje aanpassing en nog wat meer ‘staatmanschap’, maar Di Rupo behoudt best zijn eigenheid, dat is zijn kracht. Kritiek zal er altijd zijn. De premier kan beter af en toe ‘et alors?’ denken, dan een grijze muis te worden. Want zoals het wel vaker gaat, zijn de eigen inwoners de laatsten om deze kwaliteiten, die ook eigen zijn aan ons land, te ontdekken. België is voor veel buitenlanders sexy, maar we willen dat (nog) niet geweten hebben.

Een vijfde en laatste opsteker is Di Rupo’s track record inzake communicatie. Wie herkent in de PS van vandaag nog de Parti Socialiste van vroeger? Di Rupo heeft de kans en plicht om met België te doen wat Patrick Janssens bijvoorbeeld met de stad Antwerpen deed: schoon schip maken en een communicatieve ommekeer inzetten. Alle facetten moeten aan bod komen in een integrale communicatiestrategie – gaande van rustige, heldere perscommunicatie in moeilijke omstandigheden tot een nieuwe verpakking voor het product België. België moet opnieuw aan de man gebracht worden, en dat is minder onmogelijk dan vaak wordt gedacht.

Vergeten we, wat de Vlaamse publieke opinie betreft, dan niet het slecht Nederlands van de premier te vermelden? Het Nederlands van Di Ripo is voor verbetering vatbaar. Maar het is, paradoxaal, het best wanneer hij spontaan spreekt. En dat zullen de momenten zijn waarop Di Rupo zal afgerekend worden – of punten kan scoren.

Er zijn dus vijf redenen voor (voorzichtig) optimisme. Vijf redenen waarom ons land heus niet zo ver van een kantelpunt staat: van fin de régime-sfeertje naar een embryonale vorm van renaissance. Dat moet de premier zeker aanspreken.

Joris Bulteel
Partner Whyte Corporate Affairs